De Duin- en Bollenstreek doet het goed als aantrekkelijk woongebied maar als regionale economie minder. De economische prestaties in onze streek zijn lager dan in vergelijkbare regio’s. Je kunt het vergelijken met een ‘vals plat naar beneden’.

Tekst: Jos Draijer, foto: Caroline Spaans
Bron Uitgeverij Verhagen

Nog geen reden voor grote zorgen maar wel nadrukkelijk een aandachtspunt, willen we voorkomen dat de regionale economische bedrijvigheid ongemerkt achteruit kachelt. Vandaar dat de bollenstreekgemeenten de ambitie hebben om gezamenlijk een economische impuls te geven aan de regionale economie met behoud van het aantrekkelijk wonen. Samen met ondernemers, onderwijs en andere betrokken organisaties is eerder al een Economische Agenda Duin- en Bollenstreek opgesteld.

Nu is ook een Uitvoeringsprogramma met een financiële paragraaf gepresenteerd nadat onlangs in een gezamenlijke vergadering van de Colleges van B&W (Noordwijk, Noordwijkerhout, Teylingen, Lisse en Hillegom) dat programma werd vastgesteld. Dat is echt uniek gezien de achterliggende periode van ‘vallen en opstaan’ om te komen tot versterkte regionale samenwerking. Niet eerder werden deze colleges van B&W het zo eens over een gezamenlijk, integraal programma ter versterking van de regionale economie. Het programma is nu aan de gemeenteraden voorgelegd voor bespreking in de commissievergaderingen van oktober (zie kader). Overigens, Katwijk doet ook mee in dit proces maar bepaalt haar eigen tempo van beslissen. Zij kijken ook nog met een schuin oog naar de Leidse regio. Het Uitvoeringsprogramma met elf concrete projecten (business cases) richt zich op vier sectoren: toerisme, agri, high-tech, gezondheid & welzijn. Zie voor meer informatie www.eadb.nu. De vijf gemeenten dragen de komende vier jaar samen ruim 4 miljoen euro bij terwijl het bedrijfsleven mee financiert voor bijna een 1 miljoen euro. Dat kan oplopen bij realisering van projecten via investeringen. Voortrekkers van de Economische agenda zijn op dit moment de coördinerend wethouder Bas Brekelmans (Teylingen) namens de collega wethouders. Voor het bedrijfsleven Alfons Morssink namens Bedrijfsleven Bollenstreek. Tijd voor kort gesprek.

‘We zijn een soort achtertuin van de Randstad: maar kijk uit dat de streek niet indut’


Voor de uitvoering van het programma is ruim 5 miljoen euro begroot voor 4 jaar. Wat krijgen de burgers daar voor terug?

Brekelmans: “Drie dingen: werkgelegenheid, behoud van banen en nieuwe banen in de vier sectoren van het programma. Meer naamsbekendheid en een wervend imago van de streek. En een beter ondernemers- en vestigingsklimaat voor zowel nieuwe als bestaande bedrijven. In de sector toerisme vollere terrassen, hogere bezettingsgraad van hotelbedden. Gezelligheid in het centrum en het strand het jaar rond. Eigenlijk de verbeterpunten die eerder in onderzoeken zijn aangeduid. Maar ook het voortbestaan van de bollensector zekerstellen door voorwaarden te creëren die ondernemerschap stimuleren. Denk aan infrastructuur en toegankelijkheid, eenvoudige en vlotte procedures bij vergunningen, subsidiegelden en meewerken aan nodige ruilverkavelingen. Een slagvaardiger en ondernemersvriendelijke dienstverlening dus”.

 

Is het nodig om het vestigingsklimaat te verbeteren?

Morssink: “Zeker, want als je de economie in wat groter verband bekijkt, zijn we een soort achtertuin van de Randstad. Het is prettig wonen maar we moeten oppassen dat de streek niet een slaapgedeelte van de Randstad wordt. Je moet wel zorgen dat je economisch mee blijft draaien in dat Randstad-geheel. En daar blijven we achter. Het is bijvoorbeeld soms moeilijk voor bedrijven om zich hier te vestigen wanneer je groter bent dan een middenstander. Je hebt met verschillende gemeenten te maken, het is soms ingewikkeld om vergunningen te krijgen, de grond is duur en personeel is niet altijd te vinden. De neiging bestaat om je dan maar aan de A4 bij Nieuw Vennep te vestigen. Er moet dus wat gebeuren. Daarom zijn de ondernemers ontzettend blij met het initiatief van de gemeenten om de versterking van de economie op te pakken. Werken is nu eenmaal nodig om iets te verdienen, om te kunnen leven. Ondernemers kunnen daaraan bijdragen. Je merkt nu al dat er een enthousiaste dynamiek ontstaat bij ondernemers om de uitdaging samen op te pakken.”

 

Hoor ik een onderliggende wens om de gemeenten in de streek te laten fuseren?

“Wat is optimaal en wat is haalbaar? Optimaal zou zijn om te fuseren maar dat is nu niet haalbaar. Dat is de realiteit. We kunnen wel proberen zo optimaal mogelijk samen te werken. De ondernemers hebben wel de wens geuit één wethouder de coördinerende verantwoordelijkheid te geven en als aanjager te fungeren van de regionale samenwerking om de economische prestaties te verbeteren.” Brekelmans vult aan: “In het kader van de Economische Agenda is fuseren van gemeenten niet aan de orde. Daar moet de uitvoering van de Economische Agenda niet onnodig mee belast worden.”

 

De ondernemers zijn dus enthousiast, gaan ze dan ook meebetalen aan de uitvoering van het programma?

Morssink: “Ja, de ondernemers komen hun belofte tot medefinanciering na. De vijf gemeenten geven al het goede voorbeeld door ruim 4 miljoen euro te investeren om uitvoering van het programma mogelijk te maken. Het bedrijfsleven draagt een kleine miljoen aan medefinanciering bij. Bij het realiseren van iconische projecten zal het bedrijfsleven ook haar verantwoordelijk nemen. Bovendien, zonder gegarandeerde medefinanciering door het bedrijfsleven voor realisering van projecten kan de beoogde Economic Board geen uitgaven doen.”

 

Economie versterken en aantrekkelijk wonen behouden, gaat dat wel samen?

Brekelmans: “Jazeker, verstedelijking van de Bollenstreek willen we niet. Bestaande afspraken beschermen dat behoorlijk. Maar ook, door steeds goed af te wegen of het aantrekkelijk wonen wel of niet wordt geschaad door maatregelen ter stimulering van de economie zijn beide ambities niet strijdig met elkaar. We zijn daar steeds zelf bij.”

 

Waardoor wordt de uitvoering van dit programma het meest bevorderd of belemmerd?

Brekelmans: “Het meest bevorderend is het geven van vertrouwen aan degenen die regionaal eerstverantwoordelijk zijn voor de effectieve uitvoering van het programma. Als afzonderlijke gemeenten er in slagen die regionale uitvoering ‘liefdevol los te laten’ zal dat enorm bijdragen aan de resultaten en de goede samenwerking onderling. Het meest belemmerend zou zijn wanneer alle gemeenten over allerlei kleine dingen in de uitvoering afzonderlijk hun zegje willen doen. Dan schiet het niet op”. “Ik ben het daar mee eens”, zegt Morssink. “De meest bevorderende factor is de overheid. De meest belemmerende factor is diezelfde overheid.” Brekelmans tot slot: “Volgens mij is het nu of nooit, dus: let’s go!

 

De Economische Agenda wordt behandeld in raadscommissie vergaderingen in de verschillende bollengemeenten.

De data:

  • 10 oktober (Noordwijk)
  • 11 oktober (Teylingen)
  • 12 oktober (Lisse)
  • 25 oktober (Hillegom)
  • 25 oktober (Noordwijkerhout)

 

2017-10-17T07:10:25+00:00